Vandaag, 1 juli 2026, verandert de Nederlandse postmarkt. Vanaf vandaag mag PostNL langer doen over postbezorging. Daarmee is 1 juli voor de postsector de dag dat morgen overmorgen werd.
Wat in Den Haag klinkt als een technische aanpassing van bezorgtermijnen, voelt in de praktijk als opnieuw een stap achteruit: minder zekerheid, lagere kwaliteit, hogere kosten en steeds minder keuze.
Voor de grafische sector markeert 1 juli een nieuwe stap in de verschraling van de postmarkt. Post is geen restproduct. Het is nog altijd een basisvoorziening voor communicatie. Voor bedrijven die hun klanten willen bereiken. Voor verenigingen die hun leden informeren. Voor uitgevers, goede doelen, overheden, maatschappelijke organisaties en consumenten die erop moeten kunnen vertrouwen dat belangrijke post op tijd aankomt.
Veel mensen denken dat post hen nauwelijks nog raakt, omdat ze zelf steeds minder brieven versturen. Maar zij ontvangen nog altijd post die ertoe doet: een rouwkaart, een medisch bericht, een brief van de gemeente, een ledenblad, een magazine, een kerkblad, een omroepgids, een weekblad, een donateursbrief, een uitnodiging, een kaart van familie of een belangrijke mailing van een organisatie.
Juist bij dat soort post maakt het uit of die morgen komt of pas overmorgen. Daarom is 1 juli meer dan een datum waarop regels veranderen. Het is de dag dat morgen overmorgen werd.
De gevolgen zijn al zichtbaar. Rouwpost wordt fors duurder. Kassa berichtte dat snelle bezorging van rouwkaarten vanaf juli kan stijgen van €1,40 naar naar verwachting €3,25 per kaart. Voor honderd rouwkaarten betekent dat €185 extra kosten. Op de Waddeneilanden dreigden kranten op onder meer Vlieland en Schiermonnikoog niet langer vanzelfsprekend tijdig op de mat te vallen. Dat betrokken partijen inmiddels zelf aan een oplossing hebben gewerkt, is positief, maar ook veelzeggend: kennelijk zijn lokale noodoplossingen nodig om te herstellen wat in een betrouwbare landelijke postvoorziening vanzelfsprekend zou moeten zijn. Weekbladen verliezen waarde als ze te laat komen. Ledenbladen en magazines worden minder voorspelbaar. En zakelijke post wordt duurder, trager en onzekerder.
“1 juli 2026 is de dag dat morgen overmorgen werd,” zegt Mark Bonenkamp, voorzitter van de KVGO Postcommissie. “Dat klinkt misschien als één extra dag, maar voor ontvangers maakt die dag een wereld van verschil. Een rouwkaart die na de uitvaart aankomt. Een weekblad dat zijn actualiteitswaarde verliest. Een vereniging die haar leden te laat bereikt. PostNL krijgt steeds meer ruimte, terwijl bedrijven, organisaties en consumenten steeds minder zekerheden overhouden. Dat is geen modernisering, dat is verschraling.”
De feiten maken die zorg urgenter. Op 12 mei 2026 legde de Autoriteit Consument & Markt aan PostNL een boete van €6.923.000 op omdat PostNL in 2023 de wettelijke norm voor tijdige bezorging niet haalde. Slechts 89,48% van de brievenbuspost werd tijdig bezorgd, terwijl de wettelijke norm 95% bedraagt. Tegelijkertijd blijkt uit de meest recente kwartaalcijfers van PostNL dat de omzet van Mail in Nederland met 2,3% steeg naar €316 miljoen, ondanks dalende postvolumes. Er wordt dus minder post verstuurd, de kwaliteit staat onder druk, maar de inkomsten stijgen.
Volgens het KVGO zit daar de kern van het probleem. Sinds de overname van Sandd bestaat op de postmarkt feitelijk een monopolie. De keuzevrijheid voor zakelijke gebruikers is sterk afgenomen, terwijl tarieven en voorwaarden steeds meer eenzijdig worden bepaald. De overheid maakte die concentratie destijds mogelijk, maar liet na daar stevige spelregels tegenover te zetten. Inmiddels heeft het College van Beroep voor het Bedrijfsleven laten zien hoe problematisch die situatie juridisch is. Toch bestaat het monopolie in de praktijk nog steeds.
De Postwet die nu voorligt geeft PostNL opnieuw ruimte, maar regelt onvoldoende voor het grootste deel van de markt: de zakelijke post. Die zakelijke postmarkt is goed voor circa 94% van het postvolume, maar effectieve prijsregulering of toezicht ontbreekt. Dat is volgens ons onhoudbaar. De zakelijke markt is geen bijzaak, maar de ruggengraat van de postvoorziening voor bedrijven, organisaties en uiteindelijk ook miljoenen ontvangers.
De zorgen blijven bovendien niet beperkt tot de grafische sector. Ook de Belastingdienst stapte na een mislukte aanbesteding naar de ACM vanwege vermeende marktverstoring door PostNL. Het ging om de bezorging van vrijwel alle overheidspost: jaarlijks zo’n 260 miljoen poststukken. Volgens berichtgeving liep die aanbesteding vast doordat de eisen voor tijdige bezorging botsten met de ruimere bezorgtermijnen die PostNL ook op zakelijke post toepast. Daarmee wordt zichtbaar wat zakelijke gebruikers al langer ervaren: in een markt met een feitelijk monopolie is er te weinig keuze, te weinig tegenmacht en te weinig toezicht.
Wij hebben daarom vandaag de leden van de Tweede Kamer opgeroepen om bij de behandeling van de Postwet de zakelijke postmarkt eindelijk serieus te reguleren. Als brancheorganisatie vragen wij daarom om toezicht op tarieven en voorwaarden, meer transparantie over kosten, tarieven en kwaliteit, aanvullend ACM-onderzoek en waarborgen om te voorkomen dat wijzigingen binnen de UPD worden afgewenteld op zakelijke gebruikers.
“Den Haag kan niet blijven toekijken terwijl post duurder, onzekerder en minder betrouwbaar wordt,” aldus Bonenkamp. “De Tweede Kamer kan hier iets aan doen. En naar onze overtuiging moet zij dat ook doen. Als we nu niets doen, weten we waar dit eindigt: steeds minder post, tegen steeds hogere tarieven, met steeds minder keuze. 1 juli 2026 mag niet de dag worden waarop Nederland accepteert dat morgen voortaan overmorgen is. Post moet betrouwbaar, bereikbaar en betaalbaar blijven.”