Op NPO Radio 1 werd goed uitgelegd wat de heel concrete en zichtbare effecten zijn van de versoepelingen die PostNL van de Nederlandse overheid krijgt. Post mag later worden bezorgd, tegen een lagere kwaliteit, maar wel tegen een hogere prijs.
In bovenstaande radio-uitzending werd een voorbeeld genoemd dat blijft hangen: rouwpost die te laat aankomt. Kaarten die pas op de mat vallen ná de uitvaart. Dat lijkt misschien een detail in beleidstermen, maar voor mensen is dat allesbehalve een detail. Het raakt direct aan hoe we met elkaar omgaan in belangrijke momenten. Het laat zien dat wat als een ‘technische’ aanpassing wordt gepresenteerd, in de praktijk gewoon impact heeft op het maatschappelijke en economische weefsel van onze samenleving.
En vrijwel tegelijkertijd kwam het bericht naar buiten dat er binnenkort geen krant meer op de mat valt op Vlieland en Schiermonnikoog. Omdat PostNL van de overheid per 1 juli niet meer binnen 24 uur hoeft te bezorgen, maar daar 2 dagen over mag doen (en straks zelfs 3).
En zoals voorspeld zet die verschraling van het servicekader ook door naar de zakelijke postmarkt. Waardoor voor veel bewoners op de Wadden dan simpelweg betekent: minder toegang tot nieuws en informatie.
Dit zijn voor mij geen incidenten. Dit is het gevolg van beleidskeuzes.
We zijn in Nederland stap voor stap een essentiële infrastructuur aan het uitkleden. Post wordt trager, onvoorspelbaarder en duurder. En ondertussen doen we alsof dat onvermijdelijk is. Maar dat is het niet.
Vanuit het KVGO zie ik dagelijks wat dit betekent. Onze leden verzorgen de productie en verzending van alles wat mensen informeert en verbindt. Denk aan rouwkaarten die op tijd moeten aankomen. Magazines waar mensen wekelijks naar uitkijken. Het clubblad van de sportvereniging. De omroepgids. Het kerkblad. Ledencommunicatie van brancheorganisaties. Brieven van goededoelenorganisaties. Maar ook de communicatie van de overheid die mensen écht moeten bereiken.
Dat systeem werkt alleen als de postvoorziening betrouwbaar, betaalbaar en bereikbaar is. En precies daar wringt het.
Sinds de overname van Sandd is er feitelijk een monopolie ontstaan, gecreëerd door de overheid zelf. Dat dit door het CBb als onrechtmatig is beoordeeld, maakt het des te opmerkelijker dat er nog steeds geen echte regulering is van de (zakelijke) postmarkt, inclusief adequaat toezicht.
En toch blijft de reflex in Den Haag: verder versoepelen, verder afbouwen. Het voelt meer als ‘managing decline’ dan als een serieuze poging om na te denken over hoe een toekomstbestendige postmarkt eruit moet zien. En dat vind ik een kwalijke zaak.
Post is geen restproduct. Het is een sector van miljarden, met duizenden bedrijven en tienduizenden banen. En niet te vergeten: het is een basisvoorziening onder communicatie. Voor MKB-ondernemers die hun klanten willen bereiken. Voor verenigingen die hun leden betrokken houden. Voor lokale gemeenschappen die draaien op informatie en verbinding. Voor miljoenen Nederlanders die nog altijd afhankelijk zijn van drukwerk voor nieuws en communicatie.
Daarom wil ik Politiek Den Haag opnieuw oproepen: stop met het faciliteren van deze glijdende schaal. En begin met het bouwen aan kaders voor een gezonde postmarkt.
Dat betekent duidelijke keuzes. Echte regulering – zeker óók voor de zakelijke markt – en toezicht dat werkt. Zoals ook professor Maarten Pieter Schinkel eerder heeft bepleit. En waar we vanuit het KVGO, met steun van de sociale partners in de sector, al een tijd voor strijden.
Als we nu niets doen, weten we precies waar dit eindigt: steeds minder post tegen steeds hogere tarieven. Tot er uiteindelijk geen post meer overblijft.
En dat is in mijn ogen helemaal niet nodig.
Brecht Grieten
Directeur KVGO