Sla het menu over en ga direct naar de content van deze pagina.

Het VN-rapport over AI bevestigt wat wij al langer weten: duurzaamheid is complex

Opinie door Dick Naafs, voorzitter KVGO

Kunstmatige intelligentie is niet meer weg te denken uit onze samenleving. We gebruiken AI dagelijks, vaak zonder erbij stil te staan. Op het werk helpt het ons informatie sneller te verwerken, processen efficiënter in te richten en nieuwe ideeën te ontwikkelen. Privé gebruiken we het voor zoekopdrachten, vertalingen, navigatie en communicatie. AI biedt enorme kansen en zal de komende jaren alleen maar belangrijker worden. Juist daarom verdient ook de duurzaamheidsimpact van AI serieuze aandacht.

Recent publiceerde het United Nations University Institute for Water, Environment and Health (UNU-INWEH) het rapport The Environmental Cost of AI: Energy, Carbon, Water and Land Footprints. Daarin waarschuwen onderzoekers dat de snelle groei van kunstmatige intelligentie niet alleen leidt tot een stijgende vraag naar elektriciteit, maar ook tot een toenemende druk op water, grondstoffen en ruimte. De bevindingen kregen ook aandacht in Nederland, onder meer via een uitgebreid artikel van NOS.

Betekent dit dan dat AI onwenselijk is? Verre van dat. AI biedt enorme kansen voor innovatie, productiviteit en economische groei. Ook binnen de grafische sector wordt kunstmatige intelligentie steeds vaker ingezet om processen slimmer, efficiënter en creatiever te maken. De technologie helpt bedrijven om sneller te werken, verspilling terug te dringen en nieuwe mogelijkheden voor klanten te ontwikkelen. Maar het VN-rapport herinnert ons eraan dat elke technologie een voetafdruk heeft. Ook technologie die op het eerste gezicht immaterieel lijkt.

Dat inzicht raakt aan een discussie die de grafische industrie al jarenlang voert. In het publieke debat wordt drukwerk immers nog vaak automatisch gezien als minder duurzaam dan digitale alternatieven. Digitale communicatie wordt daarbij regelmatig gepresenteerd als de vanzelfsprekende duurzame keuze. Die gedachte is begrijpelijk, maar niet altijd gebaseerd op een volledige analyse van de milieu-impact.

Uit onderzoek van het gerenommeerde Duitse Öko-Institut naar de levenscyclus van gedrukte en digitale communicatiemiddelen bleek dat de werkelijkheid immers aanzienlijk complexer is. Het onderzoeksinstituut concludeerde niet dat drukwerk geen impact heeft. Natuurlijk hebben grondstoffen, productie en distributie gevolgen voor het milieu. Maar het onderzoek liet ook zien dat digitale communicatie afhankelijk is van een omvangrijke infrastructuur van datacenters, netwerken, opslagcapaciteit en elektronische apparatuur, die eveneens energie en grondstoffen verbruikt.

De belangrijkste conclusie was dan ook niet dat drukwerk altijd duurzamer is dan digitaal, of andersom. De belangrijkste conclusie was dat duurzaamheid alleen eerlijk kan worden beoordeeld wanneer de volledige keten wordt meegenomen. En precies die boodschap klinkt nu ook door in het VN-rapport over AI.

Te vaak worden duurzaamheidsdiscussies gevoerd op basis van zichtbare effecten, terwijl een groot deel van de werkelijke impact zich verderop in de keten bevindt. Een digitale advertentie lijkt misschien gewichtloos, maar draait op servers, netwerken en apparaten. Een AI-toepassing lijkt misschien slechts een stukje software, maar vereist enorme hoeveelheden rekenkracht, opslag en koeling. Evenzo wordt bij drukwerk vaak alleen gekeken naar het fysieke product, terwijl duurzame bosbouw, recyclingstromen, hernieuwbare grondstoffen en de levensduur van materialen minder aandacht krijgen.

Wie duurzaamheid serieus neemt, moet dus bereid zijn om verder te kijken. En dat vraagt om nuance. Het gaat hierbij niet om een keuze tussen digitaal of drukwerk. Het gaat niet om een keuze tussen AI en traditionele technologie. Het gaat om de vraag hoe we producten, diensten en communicatiemiddelen op een eerlijke manier beoordelen. Op basis van feiten. Op basis van wetenschappelijke inzichten. En vooral op basis van de volledige levenscyclus van grondstof tot gebruik en hergebruik.

De wetenschappers achter het VN-onderzoek wijzen ook op een belangrijk maatschappelijk aspect. De voordelen van AI worden wereldwijd niet altijd genoten door dezelfde mensen die de milieugevolgen dragen. Daarmee wordt duurzaamheid niet alleen een technische kwestie, maar ook een maatschappelijke. De vraag is niet alleen hoeveel impact een technologie heeft, maar ook waar die impact terechtkomt en wie daarvan de gevolgen ondervindt.

Dat geldt voor AI. Maar die gedachte is perfect toepasbaar op onze sector. De grafische industrie heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in verduurzaming, recycling, energie-efficiëntie en verantwoord grondstoffengebruik. Tegelijkertijd groeit het inzicht dat ook digitale communicatie een ecologische voetafdruk heeft die niet langer genegeerd kan worden.

Het VN-rapport biedt daarom een waardevolle les die verder reikt dan kunstmatige intelligentie alleen. Het laat zien dat duurzaamheid zelden zwart-wit is. Niet elke digitale oplossing is automatisch duurzaam. Niet elk fysiek product is automatisch belastend. Werkelijk duurzame keuzes ontstaan pas wanneer alle effecten zichtbaar worden gemaakt.

Dat vraagt in mijn ogen om een eerlijk verhaal. Een verhaal waarin innovatie wordt omarmd zonder de gevolgen uit het oog te verliezen. En waarin drukwerk, digitale communicatie en kunstmatige intelligentie worden beoordeeld op basis van dezelfde maatstaf: de volledige impact op mens, milieu en samenleving.

Het VN-rapport over AI bevestigt daarmee iets wat wij als grafische sector al langer weten. Duurzaamheid is complex. En juist daarom verdient zij een genuanceerd debat.

Meer lezen?

United Nations University (UNU-INWEH)
The Environmental Cost of AI: Energy, Carbon, Water and Land Footprints

NOS
Milieudruk van AI groeit en voordelen zijn oneerlijk over de wereld verdeeld

KVGO / Öko-Institut
Onderzoek Öko-Institut: papieren reclame blijkt duurzamer dan digitale alternatieven